Verzekeringsclaims kunnen verjaren. Het gevolg is dan dat degene die aanspraak heeft op een verzekeringsuitkering, de aanspraak niet meer bij een rechter kan afdwingen. Voor een verzekerde, en bij een aansprakelijkheidsverzekering ook een benadeelde derde, is het dus van belang om een verzekeringsclaim niet te laten verjaren. Verjaring valt te voorkomen, maar men moet daarbij wel opletten op minimaal vijf valkuilen. Daarover gaat deze blog.
Verjaring van verzekeringsclaims volgens het Burgerlijk Wetboek
De wettelijke regels die van toepassing zijn op verjaring van verzekeringsclaims staan in het Burgerlijk Wetboek (BW). Er is een speciaal wetsartikel over verjaring van verzekeringsclaims: artikel 7:942 BW. Dit wetsartikel bestaat uit drie onderdelen.
Lid 1 van art. 7:942 BW bepaalt kort gezegd dat de verjaringstermijn 3 jaar is en begint te lopen nadat de verzekerde met de opeisbaarheid van de rechtsvordering op de verzekeraar bekend is geworden. Daarvoor is nodig dat de verzekerde bekend is met zowel de verzekering als de verwezenlijking van het verzekerd risico. Bijvoorbeeld een brand bij een brandverzekering of een aansprakelijkstelling bij een aansprakelijkheidsverzekering.
Zodra de verzekerde bekend is met de risicoverwezenlijking en de verzekering, begint de verjaringstermijn van 3 jaar te lopen. De verzekerde kan de lopende verjaring evenwel stuiten. Dat wil zeggen dat de ‘lopende klok’ van de verjaring wordt teruggedraaid. Op deze manier kan verjaring door de verzekerde worden voorkomen. Art. 7:942 BW geeft hiervoor een aantal specifieke regels.
Lid 2 van art. 7:942 BW regelt de stuiting van andere verzekeringen dan aansprakelijkheidsverzekeringen. Kort gezegd kan dan een lopende verjaringstermijn worden gestuit door een schriftelijke aanspraak op uitkering van de verzekerde bij de verzekeraar. Zo’n aanspraak doet niet alleen de lopende klok van verjaring terugdraaien, maar doet deze daarna zelfs stilstaan. Dat heet een duurstuiting. Een nieuwe verjaringstermijn begint dan pas weer te lopen zodra de verzekeraar ofwel de aanspraak erkent, ofwel ondubbelzinnig afwijst. Zo’n nieuwe verjaringstermijn kan de verzekerde vervolgens weer met een nieuwe schriftelijke aanspraak binnen drie jaar stuiten. Wanneer een verzekeraar hierop niet (meer) reageert, blijft de duurstuiting bestaan en zal de vordering niet verjaren (zie bijvoorbeeld Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 21 maart 2023).
Lid 3 van art. 7:942 BW regelt de stuiting van aansprakelijkheidsverzekeringen. Kort gezegd wordt dan een lopende verjaringstermijn door “iedere onderhandeling” tussen de verzekeraar en de verzekerde of de benadeelde partij. Van zo’n onderhandeling is sprake als een verzekeraar heeft gereageerd op een aanspraak of schademelding en niet heeft uitgesloten dat een uitkering volgt. Ook zo’n onderhandeling resulteert in een duurstuiting. Een nieuwe verjaringstermijn gaat pas weer lopen als de verzekeraar ofwel de aanspraak erkent, ofwel de onderhandelingen ondubbelzinnig afbreekt. Ook die nieuwe verjaringstermijn kan weer worden gestuit met onderhandelingen. Als de verzekeraar geen nieuwe onderhandelingen meer aangaat, is stuiting op die manier niet meer mogelijk. In zo’n geval moet een verzekerde op een andere manier de verjaringstermijn stuiten.
Een andere manier van stuiting van de verjaringstermijn van een verzekeringsclaim is door een actie te nemen die volgens art. 3:316 t/m 3:318 BW tot stuiting van een rechtsvordering leidt. Deze regels gaan over stuiting van rechtsvorderingen in het algemeen en gelden ook voor verzekeringsclaims, naast art. 7:942 lid 2 en 3 BW. Dit betekent dat bijvoorbeeld het schriftelijk aanmanen (art. 3:317 BW) of het instellen van een eis (art. 3:316 BW) een verjaring stuit. Anders dan bij art. 7:942 lid 2 en 3 BW gaat het dan echter niet om een duurstuiting, maar om een reguliere stuiting. Een nieuwe verjaringstermijn gaat dan direct weer lopen die weer tijdig gestuit moet worden.
Vijf valkuilen bij verjaring van verzekeringsclaims
Dit wettelijk systeem is niet heel eenvoudig, maar een geheel van allerlei regels die afhankelijk zijn van de precieze situatie. Daarbij komt dat er meerdere valkuilen bestaan die over het hoofd kunnen worden gezien. Hieronder staan vijf verjaringsvalkuilen van verjaring die extra aandacht vragen.
-
Verjaring van de aansprakelijkheid bij een aansprakelijkheidsverzekering
De eerste valkuil is alleen aan de orde bij aansprakelijkheidsverzekeringen. Dan zijn namelijk twee verjaringstermijnen gelijktijdig aan de orde: niet alleen de verjaring van de verzekeringsclaim, maar ook van de aansprakelijkheidsclaim. Beide verjaringen staan in principe los van elkaar en beide verjaringen moeten in de gaten worden gehouden. Beide verjaringen kunnen bovendien van elkaar verschillen in startmoment, in verjaringstermijn en in stuiting. Vooral een benadeelde partij die een verzekerde aansprakelijk heeft gesteld en zich (mede) richt op diens aansprakelijkheidsverzekeraar moet beseffen dat ook de verjaringstermijn van de aansprakelijkheidsclaim op de verzekerde niet mag worden vergeten. Anders zal de verzekeraar op die grond de claim kunnen (gaan) afwijzen.
-
Verjaring van de aansprakelijkheidsdekking zonder stuiting door de verzekerde
De tweede valkuil is ook alleen aan de orde bij aansprakelijkheidsverzekeringen en is ook vooral voor een benadeelde partij van belang. Namelijk dat in principe alleen de verzekerde de verjaring van een verzekeringsclaim onder een aansprakelijkheidsverzekering kan stuiten. Het is immers in principe de verzekerde die een rechtsvordering heeft op de verzekeraar, niet een benadeelde partij. Een benadeelde partij die wil dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van de aangesproken verzekerde gehouden blijft tot uitkering, doet er dan ook goed aan om de verzekerde ertoe te bewegen om de verjaring (steeds) te stuiten. Bij een letselschadeclaim kan echter ook de benadeelde partij de rechtsvordering op de aansprakelijkheidsverzekeraar zelf stuiten. Dit volgt uit de directe actie (art. 7:954 lid 1 BW) die maakt dat aan de benadeelde partij zelf de rechtsvordering toekomt. Wel is dan eerst nodig dat de verzekerde zelf de claim bij diens verzekeraar heeft gemeld.
-
Erkenning van de aanspraak doet verjaringstermijn weer lopen
De derde valkuil is aan de orde bij alle type verzekeringen en is een behoorlijk listige. Namelijk dat een erkenning – evenals een afwijzing of een afbreken van de onderhandelingen – door de verzekeraar van de verzekeringsclaim na een aanvankelijke duurstuiting een verjaringstermijn weer doet lopen. Dit is eigenlijk heel opmerkelijk: een erkenning heeft in het algemene verjaringsrecht een stuitende werking (art. 3:318 BW), maar in het verzekeringsrecht dus juist een ont-stuitende werking. De ratio van de stuitende werking van een erkenning is dat de vorderingsgerechtigde dan erop mag vertrouwen dat voorlopig de verjaring niet hoeft te worden gestuit. Bij verzekeringsclaims leidt een erkenning van de aanspraak door de verzekeraar daarentegen ertoe dat de verzekerde erop bedacht moet zijn om de nieuwe verjaringstermijn weer te stuiten. Bij een aansprakelijkheidsverzekering kan wellicht nog gezegd worden dat een erkenning ook direct weer tot de start van een nieuwe onderhandeling leidt zodat dan weer een nieuwe duurstuiting begint. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie geven echter geen helderheid over deze situatie.
-
Verjaring bij co-assurantie
Een vierde valkuil is aan de orde bij co-assurantie en dat is dat in principe per verzekeraar een eigen verjaringstermijn loopt die steeds per verzekeraar gestuit moet worden. Bij co-assurantie gaat het immers om zelfstandige verzekeringsclaims per verzekeraar. Een verzekerde moet dan ook elke aanspraak op elke verzekeraar (steeds) tijdig stuiten. Denkbaar is wel dat de polisvoorwaarden een adresclausule bevat die bepaalt dat mededelingen van de verzekerde aan de verzekeraars aan één adres (zoals de makelaar) kunnen worden gedaan. Mogelijk vallen ook stuitingen dan hieronder. Niet altijd is echter sprake van zo’n adresclausule. Ook dit vormt daarom een punt van aandacht.
-
Verjaring bij serieschades
De laatste valkuil is aan de orde bij serieschades. Dat zijn schades of claims die zo’n onderling verband met elkaar hebben dat deze in de polisvoorwaarden als één schade of claim worden beschouwd. Hiertoe bestaat vaak in polisvoorwaarden een serieschadenclausule. Zo’n serieschadenclausule ziet echter meestal alleen op het aantal eigen risico’s en verzekerde bedragen en mogelijk ook op de allocatie van de claim of schade in het betreffende verzekeringsjaar. Zo’n serieschadenclausule kan echter onverlet laten dat voor elke schade/claim een eigen verjaringstermijn gaat lopen en de stuiting van de ene schade/claim nog niet per se maakt dat ook de andere serieschades of -claims zijn gestuit. Ook de verjaring van de diverse schades of claims bij een serieschade vormt dus een valkuil en een (laatste) punt van aandacht.
Vragen
Heeft u vragen over verjaring en stuiting van verzekeringsclaims of heeft u advies of bijstand nodig? Neem contact op met onze verzekeringsrecht specialisten.